ECLI:NL:RBROT:2016:4938
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke transitievergoeding wegens niet-toepassing tijdelijke Overbruggingsregeling kleine werkgevers
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever, Jokofruit B.V., over de hoogte van de transitievergoeding bij ontslag. Jokofruit had een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV en tegelijk een aanvraag voor toepassing van de tijdelijke Overbruggingsregeling Transitievergoeding voor kleine werkgevers. Het UWV wees deze aanvraag af vanwege het niet voldoen aan de voorwaarde dat de vlottende activa kleiner zijn dan de kortlopende schulden.
De kern van het geschil is of een lening van de Stichting Pensioenfonds, verstrekt aan Jokofruit, als langlopende of kortlopende schuld moet worden gekwalificeerd. Jokofruit stelde dat deze lening kortlopend is geworden doordat het eigen vermogen negatief is en de lening direct opeisbaar is. De werknemer en zijn registeraccount betwistten dit en stelden dat de lening nog steeds als langlopende schuld moet worden gezien volgens de geldende verslaggevingsregels.
De kantonrechter oordeelt dat de lening als langlopende schuld moet worden gekwalificeerd, mede omdat er geen aflossingen zijn gedaan en er geen aflossingsplan bestaat. De wijziging van de kwalificatie lijkt vooral gericht op het toepassen van de Overbruggingsregeling, wat niet gerechtvaardigd is. Hierdoor is de tijdelijke regeling niet van toepassing en heeft de werknemer recht op de volledige wettelijke transitievergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2016.
Het tegenverzoek van Jokofruit om een verklaring voor recht dat zij onder de Overbruggingsregeling valt, wordt afgewezen. Jokofruit wordt veroordeeld tot betaling van de resterende transitievergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: De werknemer krijgt de volledige wettelijke transitievergoeding toegekend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2016.