ECLI:NL:RBROT:2016:3581
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen opzettelijke schending mededelingsplicht bij aanrijdingsformulier en beëindiging verzekering
In deze civiele zaak tussen Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V. en een verzekerde staat de vraag centraal of de verzekerde opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt bij een schadeclaim na een aanrijding met zijn bestelbus. Delta Lloyd vordert terugbetaling van een uitgekeerd bedrag en stelt dat de verzekerde de mededelingsplicht heeft geschonden door onjuiste gegevens over de snelheid en de schade aan het voertuig te verstrekken.
De verzekerde heeft verklaard dat hij bij het invullen van het aanrijdingsformulier uitging van zijn snelheid vlak voor de aanrijding en dat het voertuig nagenoeg stilstond op het moment van de botsing. De rechtbank acht de vraag op het formulier en de uitleg daarvan voor meerdere interpretaties vatbaar en vindt de verklaring van de verzekerde niet ongeloofwaardig. Daarnaast is niet vastgesteld dat de verzekerde bewust schade heeft verzwegen.
Delta Lloyd heeft een intern onderzoek laten uitvoeren waaruit bleek dat sommige schades niet door de aanrijding konden zijn veroorzaakt, maar dit leidt niet tot de conclusie dat de verzekerde opzettelijk heeft gehandeld. Ook de stelling dat de turbo defect was ten tijde van de aanrijding is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wijst de vordering van Delta Lloyd af en verklaart dat de beëindiging van de verzekering op onjuiste gronden heeft plaatsgevonden. Delta Lloyd wordt veroordeeld om de registraties van de verzekerde in het incidentenregister en het extern register ongedaan te maken en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Delta Lloyd tot terugvordering wordt afgewezen en de beëindiging van de verzekering is onterecht.