Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 januari 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 22 maart 2016.
Rechtbank Rotterdam
Eisers huurden sinds 1999 een woning en schortten vanaf augustus 2012 de huurbetaling volledig op vanwege overlast. De verhuurder startte een procedure die leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. De advocaat van eisers werd verweten beroepsfouten te hebben gemaakt door onvoldoende te waarschuwen voor de risico's van de huuropschorting, door vol te houden bij de huuropschorting in de procedure en door het nalaten van een eis tot huurvermindering.
De advocaat betwistte het advies tot huuropschorting en stelde dat eisers voldoende waren geïnformeerd. De rechtbank oordeelde dat de advocaat niet de vereiste zorgvuldigheid had betracht, vooral door het aanhouden van de huuropschorting in de procedure ondanks de aanzienlijke huurachterstand en het nalaten van duidelijke waarschuwingen vooraf en tijdens de procedure.
Er werd vastgesteld dat de advocaat aansprakelijk is voor de schade bestaande uit proceskosten, executiekosten en verhuiskosten, verminderd met 25% eigen schuld van eisers. De vordering tot huurvermindering werd niet toerekenbaar geacht. De advocaat werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 7.296,98 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De advocaat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 7.296,98 wegens onvoldoende waarschuwen en onzorgvuldige procesvoering.