Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen
LMC-VO,
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding over de uitleg van de CAO voor het Voortgezet Onderwijs en de vraag of eiseres recht had op doorbetaling van loon na 1 april 2016.
Eiseres was sinds 24 februari 2014 bij LMC in dienst als secretaresse, aanvankelijk ter vervanging van een zieke collega. De arbeidsovereenkomsten waren voor bepaalde tijd en werden meerdere malen verlengd. LMC stelde dat het dienstverband per 31 maart 2016 van rechtswege eindigde conform de CAO, terwijl eiseres stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en recht op doorbetaling van loon.
De kantonrechter oordeelde dat het verlengde dienstverband niet conform de CAO-regels was opgezegd, omdat de opzegging niet schriftelijk met redenen was omkleed en niet aan de opzegtermijn voldeed. Hierdoor kon in kort geding niet worden vastgesteld of een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan, maar de loonvordering had voldoende kans van slagen om een voorlopige voorziening te treffen.
LMC werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 1 april 2016 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: LMC is veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 april 2016 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.