ECLI:NL:RBROT:2016:2484
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid burgemeester tot sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Schiedam legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning waar negen kilo pure heroïne, een drugspers en een groot geldbedrag waren aangetroffen. De sluiting was voor zes maanden bedoeld. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat enkel het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs zonder aanwijzingen van verkoop vanuit de woning niet voldoende is voor sluiting op grond van artikel 13b. In deze zaak ontbraken indicaties van verkoop vanuit de woning, was de heroïne onversneden en waren er geen versnijdingsmiddelen of verkoopattributen aanwezig. De woning was vermoedelijk tijdelijk gebruikt als opslag.
Gezien het ontbreken van een illegaal verkooppunt en het ontbreken van overlast of bedreiging van de openbare orde, was de burgemeester niet bevoegd om de woning te sluiten. De voorlopige voorziening werd toegewezen, het besluit geschorst tot zes weken na bezwaarafhandeling en de proceskosten werden aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: De burgemeester was niet bevoegd tot sluiting van de woning op grond van artikel 13b Opiumwet; het besluit is geschorst.