ECLI:NL:RBROT:2016:2142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring rijvaardigheid na fraude door examinator CBR bevestigd
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR om zijn verklaring van rijvaardigheid in te trekken vanwege vermoedens van fraude bij het praktijkexamen.
Het CBR baseerde het besluit op een politieonderzoek waaruit bleek dat een examinator in samenwerking met zes rijscholen kandidaten onterecht liet slagen. Indicatoren en een bestuurlijke rapportage ondersteunden het vermoeden dat eiser ten onrechte zijn verklaring had verkregen. Eiser voerde aan niet betrokken te zijn bij fraude en stelde dat de verkeersveiligheid niet in gevaar was.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursrecht andere bewijsregels hanteert dan het strafrecht en dat het CBR aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaring onterecht werd afgegeven. De afstand tussen woonplaats en rijschool, de betrokkenheid van de rijschoolhouder bij fraude en de onvoldoende score bij een herbeoordeling van de rijvaardigheid versterkten dit oordeel.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid. Het belang van de verkeersveiligheid woog zwaarder dan het belang van eiser bij het behouden van zijn rijbewijs.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR bevestigd.