Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift ex artikel 1019w Rv (deelgeschil), met drie producties
- het verweerschrift, met drie producties
- de mondelinge behandeling, gehouden op 22 januari 2016
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- [chirurg] haar had moeten opereren in, dan wel verwijzen naar een ziekenhuis dat goed toegerust was een dergelijke complicatie te behandelen;
- [chirurg] niet adequaat heeft gereageerd op de complicatie toen deze zich voordeed. Volgens [verzoekster] zijn de symptomen van uitval te laat onderkend, is er teveel tijd verloren gegaan door onder meer overleg met andere artsen en had [chirurg] op enig moment zelf moeten ingrijpen. Voor zover de (omvang van de) vertraging is veroorzaakt door eventuele fouten in het MCH, dienen deze voor rekening van het Groene Hart Ziekenhuis te komen.
- Er kunnen in deze procedure onvoldoende feiten worden vastgesteld over de verwijzing naar het MCH en de behandeling aldaar. Zo is het medisch dossier niet overgelegd en vermeldt [orthopedisch chirurg] in zijn rapport dat de verslaglegging waarover hij beschikte onduidelijk is;
- Er is nog geen uitsluitsel in hoeverre de mate van vertraging van invloed is geweest op de uiteindelijke schade. Hiervoor is onder meer van belang vast te stellen binnen welke termijn de tweede operatie in ieder geval had moeten plaatsvinden, maar daarvoor is nader onderzoek vereist.