ECLI:NL:RBROT:2016:10247

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2016
Publicatiedatum
31 januari 2017
Zaaknummer
C/10/16/281 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
FaillissementswetArt. 350 Faillissementswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling ondanks agressief gedrag schuldenaar

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die zich agressief had uitgelaten richting zijn bewindvoerder. De bewindvoerder had de rechtbank voorgedragen om de regeling te beëindigen vanwege het frustreren van de regeling door de schuldenaar.

Tijdens de zitting verklaarde de schuldenaar zijn gedrag te betreuren en bood hij excuses aan. Hij gaf aan dat zijn agressie voortkwam uit persoonlijke problemen en dat hij onder behandeling was voor woedeaanvallen. De beschermingsbewindvoerder bevestigde dat het gedrag voortkwam uit een samenloop van omstandigheden en dat de schuldenaar inmiddels inziet dat dit niet acceptabel is.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het gedrag van de schuldenaar ontoelaatbaar was, er nog geen duidelijke aanwijzingen zijn dat hij niet meewerkt aan de schuldsaneringsregeling. Gezien de zware gevolgen van een tussentijdse beëindiging, besloot de rechtbank de voordracht af te wijzen en een andere bewindvoerder te benoemen. De schuldenaar kreeg een laatste kans, met de waarschuwing dat herhaling zal leiden tot beëindiging zonder schone lei.

Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en benoemt een andere bewindvoerder.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
weigering tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 13 oktober 2016
Bij vonnis van deze rechtbank van 6 april 2016 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam 1],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: A. Noordzij.

1.De procedure

De rechter-commissaris heeft op 1 augustus 2016 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Schuldenaar is in het bijzijn van zijn beschermingsbewindvoerder, de heer [naam 2] , gehoord ter terechtzitting van 6 oktober 2016. De bewindvoerder heeft voorafgaand aan de zitting aangegeven niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat schuldenaar de schuldsaneringsregeling belemmert dan wel frustreert. Schuldenaar heeft zich tijdens een telefonisch gesprek met de bewindvoerder agressief gedragen door haar uit te schelden en tegen haar te schreeuwen. Vervolgens heeft schuldenaar op een dusdanige manier op de e-mail van de bewindvoerder gereageerd waardoor de bewindvoerder zich bedreigd voelde. Daarnaast heeft de bewindvoerder tijdens het huisbezoek op 13 april 2016 flinke weerstand van schuldenaar opgemerkt voor wat betreft het nakomen van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling.
Ter zitting heeft schuldenaar verklaard dat hij aan de bewindvoerder zijn excuses wil aanbieden voor zijn gedrag. Schuldenaar heeft verklaard dat hij tijdens het telefonisch gesprek zijn controle heeft verloren. De reden voor zijn gedrag komt omdat hij een belangrijke brief van de bewindvoerder laat ontving waardoor hij problemen kon krijgen met zijn uitkering, aldus schuldenaar. Schuldenaar heeft voorts verklaard dat zijn woedeaanvallen met zijn verleden te maken hebben en dat hij hiervoor bij het RIAGG en bij Dock onder behandeling is geweest. Schuldenaar heeft verklaard dat zijn gedrag fout is geweest en dat hij hier zich voor schaamt. Tot slot heeft schuldenaar verklaard dat hij graag nog een kans wil.
De beschermingsbewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenaar sinds 2013 onder beschermingsbewind staat. De reactie van schuldenaar op de bewindvoerder kwam door een samenloop van omstandigheden, aldus de beschermingsbewindvoerder. Voorts heeft de beschermingsbewindvoerder verklaard dat schuldenaar solliciteert en dat het bij schuldenaar nu duidelijk is dat hij op deze manier niet kan reageren.

3.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 9.566,87 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen.
De bewindvoerder is op grond van de Faillissementswet belast met onder andere het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen uit hoofde van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar dient de bewindvoerder in staat te stellen genoemd toezicht uit te oefenen. Tijdens het uitvoeren van zijn taak staat het de bewindvoerder vrij, zo nodig op strikte toon, te waarschuwen voor de gevolgen als schuldenaar zijn verplichtingen niet (goed) nakomt. De bewindvoerder staat, voor wat betreft het vervullen van de taken die de Faillissementswet hem opdraagt, onder toezicht van de rechter-commissaris.
Gelet op de schriftelijke verklaring van de bewindvoerder en het verhandelde ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat schuldenaar richting de bewindvoerder zich telefonisch én per e-mail op een zeer verkeerde manier heeft uitgelaten en gedragen. Schuldenaar had moeten weten of behoren te begrijpen dat zijn gedrag jegens de bewindvoerder ontoelaatbaar was. De rechtbank is echter van oordeel dat nog geen sprake is van duidelijke aanwijzingen dat het bij schuldenaar de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt. Mede gelet op de zware consequenties die een tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling voor schuldenaar zal hebben is de rechtbank van oordeel dat schuldenaar een allerlaatste kans geboden moet worden. De rechtbank zal de voordracht tot tussentijdse beëindiging afwijzen met benoeming van een andere bewindvoerder.
De rechtbank wijst schuldenaar er nadrukkelijk op dat hij zich dient te onthouden van contra-productieve communicatie richting de bewindvoerder. Indien blijkt dat schuldenaar opnieuw de fout in gaat en zijn agressie niet onder controle heeft zal de schuldsaneringsregeling (tussentijds) worden beëindigd zonder verlening van de schone lei. Het is aan schuldenaar om zich te bewijzen en de rechtbank wijst er met klem op dat dit gedrag voor geen tweede keer zal worden getolereerd. Om deze reden lijkt het de rechtbank raadzaam dat schuldenaar zich opnieuw laat behandelen voor zijn agressieproblematiek.

4.De beslissing

De rechtbank:
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van Spengen, rechter, en in aanwezigheid van mr. M.H. Vossenaar, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2016. [1]