Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties,
- de brief van 17 november 2016 met producties,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiser] .
Rechtbank Rotterdam
Eiser exploiteert een foodtruckbedrijf en ging een samenwerking aan met gedaagde, die reclame- en promotiemateriaal ontwierp, waaronder een logo en website voor de handelsnaam Flippin’ Burgers. Na beëindiging van de samenwerking bleef gedaagde het logo en de handelsnaam gebruiken.
Eiser vorderde onder meer staking van auteursrechtinbreuk op het logo, staking van gebruik van de handelsnaam en domeinnaam, en overdracht van inloggegevens. De rechtbank oordeelde dat het auteursrecht op het logo bij gedaagde berust, omdat hij het logo in opdracht heeft ontworpen en geen exclusief gebruiksrecht aan eiser is verleend.
Wel erkende de rechtbank dat eiser het handelsnaamrecht op Flippin’ Burgers heeft en dat gedaagde na beëindiging van de samenwerking inbreuk maakte door de handelsnaam en domeinnaam te blijven gebruiken. Daarom werd gedaagde veroordeeld het gebruik van de handelsnaam en domeinnaam te staken, onder dwangsom. Vorderingen met betrekking tot de website en facebookpagina werden afgewezen wegens gebrek aan belang of onvoldoende aannemelijkheid.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld het gebruik van de handelsnaam Flippin’ Burgers te staken onder dwangsom, overige vorderingen worden afgewezen.