Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en het verweer daartegen
3.De beoordeling
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn civiele zaak behandelde, omdat hij het niet eens was met de beslissing om zijn schriftelijke reactie als een conclusie van dupliek en repliek aan te merken en om geen verdere conclusies toe te laten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen reden is voor wraking, tenzij sprake is van onbegrijpelijkheid die alleen door vooringenomenheid kan worden verklaard. Dit was niet het geval.
Daarnaast stelde verzoeker dat hij tijdens een schorsing een vertrouwelijk gesprek met de rechter had, waarbij hij dacht met de gemachtigde van de tegenpartij te spreken. Dit werd door de rechter toegelicht als een kort gesprek waarin verzoeker werd gewezen op de rol van de rechter en verwezen naar het deurwaarderskantoor.
De wrakingskamer oordeelde dat dit niet tot wraking leidt en dat het verzoek niet tijdig was ingediend. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 17 december 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.