Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en het verweer daartegen
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. P. Vrolijk, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een besloten vennootschap, verzocht om wraking van de rechter die haar civiele zaak behandelde, omdat deze tijdens een zitting stelde dat de naam van verzoekster op een foto zichtbaar was, terwijl verzoekster dit betwistte. Verzoekster meende dat de rechter hierdoor vooringenomen was en verwees naar een eerdere zaak waarin zij in hoger beroep gelijk kreeg tegen een vonnis van dezelfde rechter.
De rechter ontkende vooringenomenheid en lichtte toe dat zijn vragen en opmerkingen tijdens de zitting bedoeld waren om feiten vast te stellen. De wrakingskamer onderzocht of er objectieve feiten waren die een schijn van partijdigheid konden rechtvaardigen.
De kamer oordeelde dat het enkele feit dat de rechter een constatering deed over een foto en dat een eerder vonnis in hoger beroep werd vernietigd, niet voldoende is voor een vermoeden van vooringenomenheid. Ook problemen met de verzending van stukken konden dit niet onderbouwen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken op 16 februari 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.