Eiseres, een onderwijsinstelling die VMBO- en MBO-opleidingen aanbiedt, exploiteert in haar gebouw een winkelcentrum met diverse winkels, waaronder een tabaksverkooppunt dat door leerlingen wordt bemand in het kader van hun stage. Verweerder legde een boete op wegens overtreding van het tabaksverkoopverbod in een inrichting voor onderwijs. De rechtbank onderzocht of het winkelcentrum als zodanig kon worden aangemerkt.
De rechtbank constateerde dat het winkelcentrum een eigen entree heeft, geen directe verbinding met de onderwijsruimten, reguliere openingstijden kent en vrij toegankelijk is voor het publiek, zonder dat er onderwijsactiviteiten plaatsvinden. Ook de bestemmingsplanregeling die beperkte detailhandel toestaat, en het feit dat verweerder voor elke winkel een erkenning als leerbedrijf heeft verleend, leiden niet tot kwalificatie als inrichting voor onderwijs.
De rechtbank concludeerde dat het winkelcentrum niet als inrichting voor onderwijs kan worden aangemerkt en dat het boetebesluit daarom onterecht is. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, het primaire besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.