ECLI:NL:RBROT:2015:8660
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- P.H. Veling
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in faillissementsprocedure
In deze zaak heeft een vennootschap gevestigd in Dubai een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter van de rechtbank Rotterdam die betrokken was bij een faillissementsprocedure. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter, onder meer vanwege het verzoek om bewijsstukken en specificaties van vorderingen en de mogelijkheid voor partijen om een kort pleidooi te voeren tijdens de comparitie.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de gronden die pas ter zitting werden aangevoerd te laat waren en daarom niet in behandeling konden worden genomen. De reeds ingediende gronden boden geen voldoende basis voor wraking. De rechter werd vermoed onpartijdig te zijn, en het enkele verzoek om bewijsstukken en de geboden pleitmogelijkheid vormden geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.
Het verzoek werd daarom deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken tijdens een openbare zitting op 2 september 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.