ECLI:NL:RBROT:2015:7933
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing boete en verval studiefinanciering wegens onduidelijkheid onherroepelijkheid eerdere boete
Verzoeker kreeg bij besluit van 15 juli 2015 een bestuurlijke boete van €966,07 opgelegd en werd de aanspraak op studiefinanciering per 1 april 2015 ontzegd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit niet aangaf dat een eerdere boete onherroepelijk was geworden, terwijl artikel 9.9a Wsf 2000 vereist dat een eerdere boete onherroepelijk moet zijn voordat een boete van 100% kan worden opgelegd.
De voorzieningenrechter was ambtshalve op de hoogte van een lopend beroep tegen een eerdere boete, waardoor aangenomen moest worden dat deze boete niet onherroepelijk was. Hierdoor ontbrak de grondslag voor de opgelegde boete van 100% en het verval van studiefinanciering. De schorsing van het besluit ging in op de dag van bekendmaking van de uitspraak.
Verder werd opgemerkt dat deze schorsing niet leidt tot het ontvangen van een uitwonendenbeurs, omdat een eerdere herziening van de beurs naar een thuiswonendenbeurs ongewijzigd bleef. Verzoeker kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst wegens ontbreken van onherroepelijkheid van een eerdere boete.