ECLI:NL:RBROT:2015:7579

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 september 2015
Publicatiedatum
26 oktober 2015
Zaaknummer
C/10/14/1040 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FaillissementswetArt. 288 lid 2 sub d FaillissementswetArt. 350 lid 3 sub c Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens eerdere toepassing binnen tien jaar

De rechtbank Rotterdam heeft op 29 september 2015 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares. De waarnemend rechter-commissaris had een voordracht gedaan tot beëindiging, omdat schuldenares eerder al een schuldsaneringsregeling had doorlopen die op 27 februari 2004 van toepassing werd verklaard en op 15 mei 2007 werd beëindigd met toekenning van de schone lei.

Tijdens de zitting heeft schuldenares erkend dat zij de rechtbank bij de toelatingszitting van 25 september 2014 niet had geïnformeerd over haar eerdere toelating tot de regeling. Zij gaf aan niet op de hoogte te zijn van het verbod om binnen tien jaar opnieuw gebruik te maken van de regeling en verklaarde dit niet bewust te hebben verzwegen. De maatschappelijk werkster was wel op de hoogte en had de bewindvoerder geïnformeerd.

De rechtbank oordeelde dat schuldenares haar informatieplicht niet naar behoren was nagekomen, maar dat er geen aanwijzingen zijn voor opzet. Gezien artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro en het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2009, heeft de rechtbank de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Er zijn geen baten aanwezig en er zal geen faillissement van rechtswege ontstaan zodra het vonnis in kracht van gewijsde gaat.

Tot slot stelde de rechtbank het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 1.875,40 inclusief onkosten en omzetbelasting.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenares binnen tien jaar tweemaal is toegelaten zonder geldige uitzonderingsgrond.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 29 september 2015
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 oktober 2014 is de toepassing van de
schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam 1],
[adres]
[woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: C. van der Velde.

1.De procedure

De waarnemend rechter-commissaris heeft op 4 augustus 2015 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De bewindvoerder en schuldenares, in het bijzijn van haar advocaat de heer
mr. D.A. IJpelaar en haar neef de heer [naam 2] , zijn gehoord ter terechtzitting van
22 september 2015.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

De rechtbank heeft een brief van de bewindvoerder van 3 augustus 2015 ontvangen. In de brief vermeldt de bewindvoerder dat schuldenares haar meegedeeld heeft dat eerder de schuldsaneringsregeling op haar van toepassing is geweest. De schuldsaneringsregeling is op 27 februari 2004 van toepassing verklaard. Op 15 mei 2007 is de regeling beëindigd met toekenning van de schone lei. De bewindvoerder heeft de rechtbank geadviseerd de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen daar schuldenares binnen een termijn van tien jaren tweemaal is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Tot slot heeft de bewindvoerder het arrest van 18 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2261, van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch aangehaald waarin, onder andere, bevestigd wordt dat er geen uitzonderingsgronden zijn om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling zoals genoemd in artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder d Faillissementswet.
Schuldenares heeft ter zitting erkend tijdens de toelatingszitting op 25 september 2014 de rechtbank niet te hebben geïnformeerd omtrent haar eerder toelating tot de schuldsaneringsregeling. Schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij niet op de hoogte was dat zij tien jaar geen gebruik kan maken van de schuldsaneringsregeling. Schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij niet bewust heeft verzwegen dat schuldsaneringsregeling eerder op haar van toepassing is geweest. Tevens heeft schuldenares ter terechtzitting verklaard dat haar maatschappelijk werkster wel op de hoogte was van de eerdere schuldsaneringsregeling en dat zij direct bij het huisbezoek de bewindvoerder heeft geïnformeerd omtrent de toepassing van de schuldsaneringsregeling in de periode 2004 tot en met 2007.

3.De beoordeling

Schuldenares heeft ten aanzien van de schuldsaneringsregeling de algemene verplichting tot het verschaffen van die inlichtingen waarvan de schuldenares weet of behoort te begrijpen dat zij van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Deze spontane inlichtingenplicht bestaat, gelet op artikel 285, eerste lid, onder i van de Faillissementswet, reeds bij de behandeling van het schuldsaneringsverzoek. Door niet te vermelden dat de schuldsaneringsregeling reeds eerder op haar van toepassing is geweest, is schuldenares haar informatieverplichting niet (naar behoren) nagekomen. De rechtbank stelt evenwel vast dat er geen aanwijzingen zijn dat schuldenares opzettelijk heeft verzwegen dat de schuldsaneringsregeling eerder op haar van toepassing is geweest. Gelet op het bepaalde in artikel 288 lid Pro 2, sub d Faillissementswet had schuldenares niet mogen worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling nu voorts geen van de in dat artikel tevens opgesomde, limitatieve uitzonderingsgronden zich voordoen. De rechtbank volgt het oordeel van de Hoge Raad in het arrest van 12 juni 2009 dat voornoemde weigeringsgrond een imperatief karakter heeft.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 1.875,40.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. de Winkel, rechter, en in aanwezigheid van
J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 september 2015. [1]