ECLI:NL:RBROT:2015:745
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen verstekvonnis wegens overschrijding termijn
In deze civiele procedure heeft Wehkamp B.V. een verstekvonnis uit 1998 tegen de gedaagde laten gelden, waarbij de gedaagde veroordeeld werd tot betaling van een geldsom met rente en kosten. De gedaagde stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van het vonnis en kwam in verzet in september 2014, ruim 16 jaar na het verstekvonnis.
De kantonrechter beoordeelde of het verzet tijdig was ingediend volgens het oude procesrecht (artikel 81 Rv Pro (oud)), dat een termijn van 14 dagen na betekening of na een daad van bekendheid voorschrijft. De betekening had niet persoonlijk plaatsgevonden, maar via achterlating aan het adres van de gedaagde. De gedaagde had pas op 10 september 2014 kennis genomen van het vonnis, waarna hij binnen 14 dagen verzet instelde.
De rechter concludeerde dat de verzettermijn op 10 september 2014 was aangevangen en dat het verzet op 30 september 2014 was ingediend, dus buiten de termijn. Geen omstandigheden rechtvaardigden een verruiming van de termijn. Daarom werd de gedaagde niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet en veroordeeld in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van Wehkamp nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De gedaagde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens overschrijding van de verzettermijn.