Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [naam 1] , verzoeker;
- [naam 3] , werkzaam bij IJsselgemeenten (hierna te noemen schuldhulpverlening);
- [naam 4] , namens [naam vennootschap]
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers, beiden pensioengerechtigd, dienden een verzoek in tot dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet nadat een schuldeiser, die 68% van de totale schuldenlast vertegenwoordigt, weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling van circa 33% betaling aan concurrente schuldeisers.
De rechtbank constateerde dat verzoekers geen nieuwe schulden hebben gemaakt sinds aanmelding bij schuldhulpverlening en dat het akkoord door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoekers zijn gemotiveerd en worden begeleid door maatschappelijk werk en budgetbeheer.
Hoewel de schuldeiser een groot belang heeft bij volledige betaling, oordeelde de rechtbank dat het belang van verzoekers en andere schuldeisers zwaarder weegt. De rechtbank achtte aannemelijk dat verzoekers anders tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zouden worden toegelaten, wat minder oplevert voor schuldeisers.
De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met het akkoord, veroordeelt haar in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.