Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 juni 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 10 juli 2015.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 1992 in Turkije gehuwd en in 2014 gescheiden door beschikking van de rechtbank Rotterdam. De vrouw vordert dat Turks recht wordt toegepast op het huwelijksvermogensregime, dat 25 april 2014 als peildatum geldt, en dat de openstaande schulden bij Hoist Finance Holding en Hoist Kredit AB ieder voor de helft door partijen worden gedragen.
De rechtbank bevestigt haar bevoegdheid op grond van artikel 2 Rv Pro omdat de man ten tijde van de dagvaarding in Nederland woonde. Op basis van het Chelouche-Van Leer arrest wordt het huwelijksvermogensrecht van de gemeenschappelijke nationaliteit bij huwelijkssluiting, hier Turks recht, toegepast.
De man erkent de schulden en betwist de vorderingen niet. Zijn stelling dat een appartement in Turkije tot het vermogen behoort, wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook een vermeende volkstuin wordt buiten beschouwing gelaten. De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw toe en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank past Turks huwelijksvermogensrecht toe en wijst de verdeling van schulden toe, waarbij ieder de helft van de schulden draagt.