ECLI:NL:RBROT:2015:6151
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Hello
- D. van der Sluis
- C.F.J. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling dagloon WW-uitkering na opeenvolgende dienstverbanden
Eiser was tot 1 juli 2014 in dienst bij een werkgever met een hoog dagloon. Daarna werkte hij via twee korte dienstverbanden achtereenvolgens voor andere werkgevers, met lagere lonen. Het UWV stelde het dagloon voor de WW-uitkering vast op basis van het laatste dienstverband, waarbij de dagloongarantie niet van toepassing was omdat er geen tussenliggende werkloosheid was.
Eiser voerde aan dat deze systematiek onredelijk is en in strijd met het doel van de wetgever, omdat het dagloon daardoor niet representatief is voor zijn welvaartsniveau. Ook stelde hij dat het Dagloonbesluit discriminerend is. De rechtbank oordeelde dat het Dagloonbesluit gebaseerd is op een wettelijk kader dat de rechtbank moet respecteren en dat geen sprake is van strijd met hogere regelgeving of onredelijkheid die tot nietigheid zou leiden.
De rechtbank benadrukte dat de dagloongarantie volgens het Dagloonbesluit alleen geldt bij herhaalde werkloosheid binnen een bepaalde termijn en niet bij directe overstap zonder tussenliggende werkloosheid. De wens van eiser om werkloosheid te voorkomen kan niet leiden tot een ander oordeel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het vastgestelde dagloon voor de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.