ECLI:NL:RBROT:2015:5677
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en behoud koopwoning
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een aanzienlijke schuldenlast van ruim €600.000. De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Uit het dossier bleek dat verzoeker met medewerking van familieleden schulden had herschikt en bewust zijn koopwoning wilde behouden, ondanks hoge woonlasten en beperkte afloscapaciteit.
Verzoeker had de schuld aan de Belastingdienst onterecht opgenomen en verving een externe schuldeiser door een vennootschap van zijn moeder, wat de rechtbank als problematisch zag. Ondanks een inkomen van circa €1.500 netto per maand en een woning met hoge lasten, had verzoeker geen maatregelen genomen om zijn woonlasten te verlagen, zoals verkoop van de woning.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald had gelaten, mede omdat hij bewust de schuld aan zijn echtgenote liet oplopen en geen blijk gaf van bereidheid tot verandering. Dit strookt niet met de saneringsgezinde houding die van een schuldenaar verwacht mag worden. Daarom werd het verzoek tot schuldsanering afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en behoud van koopwoning.