Uitspraak
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
Beslissing
Overwegingen
(…)
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen bestuurlijke boetes opgelegd aan een exploitant van een pluimveeslachterij wegens vermeende overtredingen van hygiënevoorschriften met betrekking tot separatorvlees. De rechtbank overweegt dat het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen niet van toepassing is op exploitanten van slachthuizen zoals bedoeld in bijlage II, secties II en III, van Verordening (EG) 853/2004.
De rechtbank stelt vast dat de exploitant kwalificeert als een exploitant van een slachthuis en dat het toezicht en de handhaving op deze exploitanten onder de Wet dieren valt, waarvoor de minister van Economische Zaken bevoegd is. Hierdoor was de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet bevoegd tot het opleggen van de bestuurlijke boetes.
De rechtbank vernietigt de besluiten op bezwaar en herroept de primaire besluiten. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt de scheiding van bevoegdheden tussen ministeries en verduidelijkt de toepasselijkheid van Europese en nationale regelgeving op slachthuizen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestuurlijke boetes en herroept de primaire besluiten wegens gebrek aan bevoegdheid van de minister van VWS.