ECLI:NL:RBROT:2015:3750
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling in civiele procedure tussen verzoekster en Volkswagen Bank
In deze civiele procedure tussen verzoekster en Volkswagen Bank heeft de rechtbank Rotterdam op 16 februari 2015 een aanvullende beschikking gegeven. Deze aanvulling betreft het alsnog beslissen op het verzoek van Volkswagen Bank om verzoekster te veroordelen in de proceskosten, hetgeen in de eerdere beschikking van 6 januari 2015 was verzuimd.
Volkswagen Bank had bij brief van 7 januari 2015 verzocht om deze aanvulling. Verzoekster heeft van de gelegenheid om zich hierover uit te laten geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelt dat verzoekster als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten moet worden veroordeeld.
De proceskosten aan de zijde van Volkswagen Bank worden begroot op €1.060,00, bestaande uit €608,00 griffierecht en €452,00 aan salaris advocaat. De beschikking van 6 januari 2015 wordt aangevuld met deze proceskostenveroordeling, en partijen worden gelast de beschikking te retourneren aan de griffie.
Uitkomst: Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten van Volkswagen Bank ter hoogte van €1.060,00.