ECLI:NL:RBROT:2015:3600
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- J.H. de Wildt
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in mentorschapszaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een procedure over het ontslag van een mentor en de benoeming van een nieuwe mentor voor zijn moeder. Hij stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te uiten en dat de rechter vooringenomen was door een e-mail waarin de rechter een negatief advies zou hebben gegeven over zijn benoeming.
De rechter stelde dat verzoeker wel degelijk gelegenheid had gehad tot reageren tijdens de zitting en dat de rechter in haar rol als toezichthouder voorzichtig moest zijn, vooral gezien de financiële betrokkenheid van verzoeker bij het vermogen van de rechthebbende. De opmerking van de rechter over het mentorschap werd gezien als een voorlopige mening en niet als een definitieve beslissing.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid, dat hoor en wederhoor voldoende was toegepast en dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend. Ook werd het verzoek om een getuige te horen afgewezen omdat er geen wezenlijk verschil van mening bestond over het gesprek.
Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.