Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis in het incident van 24 september 2014
- de akte na tussenvonnis van Max
- de antwoordakte na tussenvonnis van Pelosa.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure heeft Max, gedaagde in de hoofdzaak, incidenteel gevorderd om de rechtbank onbevoegd te verklaren op grond van een overeengekomen geschillenclausule die een minitrailprocedure voorschrijft. Partijen waren overeengekomen een minitrail te voeren conform een specifiek reglement, maar vaststaat dat dit reglement niet meer bestaat.
Max betwistte dat de minitrailprocedure niet meer mogelijk zou zijn, stellende dat partijen met wederzijds consent alsnog een minitrail volgens het vervallen reglement konden volgen. De rechtbank achtte deze betwisting onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat het beding geen verplichting tot arbitrage meer inhoudt.
Daarmee is de geschillenclausule in de algemene voorwaarden krachteloos geworden en is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de hoofdzaak. De incidentele vordering van Max wordt afgewezen en Max wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor beraad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering van Max af.