ECLI:NL:RBROT:2015:269
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissingen op preliminaire verweren in onderzoek San José over niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie
In de zaak betreffende het onderzoek San José heeft de rechtbank Rotterdam op 20 januari 2015 uitspraak gedaan over verschillende preliminaire verweren gericht tegen de (partiële) niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De verdediging stelde onder meer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces door negatieve media-aandacht, mogelijke storingen in tapapparatuur, fiscale aspecten die niet door strafrechtelijke instanties beoordeeld zouden moeten worden, en ongelijke behandeling van verdachten.
De rechtbank oordeelde dat de verweren die betrekking hadden op de media-aandacht en de tapapparatuur ontijdig waren omdat deze niet zonder inhoudelijk onderzoek van de zaak konden worden beoordeeld. Ook het fiscale verweer werd als ontijdig verworpen. Het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten zijn vanwege ongelijke behandeling van de verdachte ten opzichte van andere betrokkenen werd eveneens verworpen. De rechtbank benadrukte het opportuniteitsbeginsel waarbij het openbaar ministerie met terughoudendheid wordt getoetst in haar beslissingen tot vervolging.
De rechtbank nam daarbij in aanmerking dat de verdachte een openbaar bestuurder is, dat hij voor een hoger bedrag aan omkoping wordt vervolgd dan de andere betrokkenen, en dat hij ook van andere soortgelijke feiten wordt verdacht. Hierdoor was er geen sprake van gelijke gevallen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de meeste preliminaire verweren ontijdig en wijst het verweer tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie af.