ECLI:NL:RBROT:2015:1594
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking uitwonendenbeurs studiefinanciering wegens niet-wonen op gba-adres
Eiseres volgde een HBO-opleiding en ontving studiefinanciering met een uitwonendenbeurs. Verweerder herzag het recht op studiefinanciering en trok de uitwonendenbeurs in vanaf 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013, omdat uit een controle bleek dat eiseres niet op het geregistreerde gba-adres woonde.
Tijdens het onderzoek op 2 december 2013 werd vastgesteld dat eiseres niet op het adres woonde waar zij in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. De hoofdbewoonster van het adres, een familielid, liet de onderzoekers niet toe, maar maakte foto's van de kamer die eiseres zou gebruiken. De verklaringen van eiseres en de hoofdbewoonster over het bed en de inrichting van de kamer verschilden, en de kamer leek niet op een typische studentenkamer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet op het gba-adres woonde, mede gelet op de tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van een overtuigend bewijs van daadwerkelijke bewoning. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de uitwonendenbeurs wordt ongegrond verklaard.