Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het vonnis in het incident van 16 april 2014 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- het tussenvonnis van 9 juli 2014 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de brief namens [gedaagden] van 3 november 2014 met organogrammen;
- de akte wijziging eis van [eiser];
- de notitie, tevens inbreng producties 59-76 van [eiser];
- het proces-verbaal van comparitie van 17 november 2014;
- de brief van mr. [eiser] van 8 december 2014 met de mededeling dat partijen geen schikking hebben getroffen en vonnis wensen en met opmerkingen over het proces-verbaal.