Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te Rotterdam, opposante,
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam(hierna: verweerder).
Rechtbank Rotterdam
Opposante heeft op 7 mei 2014 digitaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder over meerdere aanvragen en bezwaren met betrekking tot haar bijstandsuitkering. De rechtbank verklaarde dit beroep op 17 juli 2014 niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig voldoen van griffierecht.
In het verzetprocedure oordeelt de rechtbank dat het eerste beroep feitelijk drie afzonderlijke beroepen betreft, waarvan op één al onherroepelijk is beslist. Daarnaast zijn er twee aanvullende, grotendeels identieke beroepschriften ingediend waarvoor wel griffierecht is betaald. De rechtbank concludeert dat het eerste beroep ten onrechte als één beroep is behandeld en onterecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak nu zelf af te doen, mede omdat opposante niet vooraf is geïnformeerd over de kwalificatie van de beroepen als meerdere afzonderlijke zaken.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.