De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen een verzekeraar en een verzekerde over de dekking van een schikking in een Amerikaanse procedure betreffende gebrekkig isolatiemateriaal. De kernvraag was welk deel van de schikking betrekking had op onder de AVB-polis gedekte schade en welk deel niet, mede door toepassing van een herleveringsclausule.
De Amerikaanse procedure betrof claims van een derde partij tegen de verzekerde wegens ondeugdelijk isolatiemateriaal dat niet aan de specificaties voldeed, met schade aan leidingen en bijkomende kosten. De rechtbank concludeerde dat een deel van de schade onder de herleveringsclausule viel en dus niet gedekt was. Tevens was onduidelijk welk deel van de schikking betrekking had op gedekte schade, mede doordat de schikking een lump sum betrof zonder specificatie.
De rechtbank wees een grove schatting toe dat 25% van het schikkingsbedrag betrekking had op gedekte schade, waarbij een risico-opslag werd toegepast vanwege onzekerheid. De verzekeraar werd veroordeeld tot betaling van de helft van het schikkingsbedrag minus het eigen risico, plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De vorderingen in conventie werden afgewezen en de proceskosten werden aan de verzekeraar opgelegd.