ECLI:NL:RBROT:2014:9506
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op loopbaanarrangement wegens ontbreken substantieel bezwarende functie
Eiser was van 1995 tot 2006 aangesteld in diverse substantieel bezwarende functies binnen DJI en DV&O. Vanaf 1 maart 2006 vervulde hij de functie van Intercedent, die niet als substantieel bezwarend wordt aangemerkt volgens de bindende Regeling. Na reorganisaties in 2009 en 2012 werd hij geplaatst als Afdelingshoofd bij DV&O, een functie die eveneens niet als substantieel bezwarend geldt.
Eiser vroeg een loopbaanarrangement toegekend op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie, maar verweerder wees dit af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het maken van een loopbaanstap en het vervullen van een SB-functie.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het ontbreken van een SB-status in zijn plaatsingsbesluiten. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de functies van collega’s niet vergelijkbaar zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen substantieel bezwarende functie vervult en geen loopbaanstap heeft gemaakt.