ECLI:NL:RBROT:2014:9128
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspanden wegens onvoldoende registratie van gestolen goederen
Verzoekers, actief in de autobranche, werden geconfronteerd met een besluit tot sluiting van hun bedrijfspanden voor zes maanden omdat in deze panden gestolen goederen waren aangetroffen en zij niet beschikten over een wettelijk verplicht in- en verkoopregister. Na een bestuurlijke handhavingsactie en meerdere controles bleek dat verzoekers pas vlak voor het verstrijken van de gestelde termijn waren begonnen met het registreren van hun voorraad in het Digitaal Opkoperregister (DOR).
Verzoekers voerden aan dat het praktisch onmogelijk was om de gehele voorraad te registreren en dat het Openbaar Ministerie geen strafvervolging instelde, waardoor het besluit niet op strafbare feiten gebaseerd mocht worden. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het OM-afzien van vervolging niet uitsluit dat de goederen van diefstal afkomstig waren en dat verweerder de bevoegdheid had om de sluiting te gelasten ter bescherming van de openbare orde.
De rechtbank benadrukte dat verzoekers voldoende tijd hadden gekregen om aan de registratieverplichting te voldoen en dat het uitstel van registratie tot vlak voor de deadline een onvoldoende bereidheid tot naleving toonde. De sluiting werd als proportioneel en noodzakelijk gezien om heling tegen te gaan, recidive te voorkomen en de openbare orde te herstellen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de bedrijfspanden wordt afgewezen.