Verzoeker heeft op 16 september 2014 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet, om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden een ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 24 oktober 2014, waarbij verweerster niet aanwezig was maar zich neerlegde bij het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een bedreigende situatie omdat een ontruimingsvonnis en exploot waren overgelegd waarin ontruiming werd aangekondigd. De wetgever beoogt met het moratorium een schuldenaar een adempauze te bieden om met schuldeisers een regeling te treffen. Echter is het minnelijk traject nog niet opgestart omdat verzoeker eerst een nihilstelling van alimentatie moet verkrijgen.
Omdat verzoeker nog geen minnelijk traject is gestart en niet binnen afzienbare tijd een regeling kan aanbieden, is er geen situatie waarvoor het moratorium is bedoeld. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.