ECLI:NL:RBROT:2014:9019
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming betalingsverplichtingen
Schuldenares was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die definitief was uitgesproken in juni 2011. Stichting Woonstad Rotterdam verzocht tussentijdse beëindiging van deze regeling wegens het niet nakomen van betalingsverplichtingen, met name een huurachterstand van € 1.872,06.
Tijdens de procedure gaf schuldenares aan dat de achterstand was ontstaan door een wijziging in haar inkomen, en stelde zij voor de schuld in vier termijnen af te lossen. De rechtbank hield de behandeling aan om schuldenares gelegenheid te geven deze afspraken na te komen.
Echter bleek dat schuldenares niet volledig aan haar betalingsverplichtingen had voldaan, waardoor een resterende achterstand van € 1.029,04 bleef bestaan. De rechtbank oordeelde dat het ontstaan van deze schuld aan schuldenares te wijten was en dat zij voldoende gelegenheid had gehad om haar tekortkoming te herstellen.
Daarom werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub d van Pro de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en ten laste van schuldenares gebracht. Er zijn geen baten beschikbaar voor schuldeisers en er is geen sprake van faillissement van rechtswege.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens het niet nakomen van betalingsverplichtingen door schuldenares.