ECLI:NL:RBROT:2014:8545
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende controle verslaving en gebrek goede trouw
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €102.000 en een inkomen uit een WWB-uitkering. De rechtbank stelde vast dat verzoeker een aanzienlijke belastingschuld had opgebouwd doordat hij van 2009 tot 2013 geen belastingaangiften had ingediend, wat niet te goeder trouw was.
Daarnaast was verzoeker alcoholverslaafd en had hij onvoldoende aangetoond dat deze verslaving al enige tijd onder controle was. De rechtbank verwees naar de landelijk uniforme beoordelingscriteria die stellen dat een verslaving minimaal een jaar onder controle moet zijn om voor toelating in aanmerking te komen.
Gezien de combinatie van het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van schulden en de reële kans op terugval in de verslaving, oordeelde de rechtbank dat verzoeker niet aan de voorwaarden voor toelating tot de schuldsaneringsregeling voldeed. Het verzoek werd daarom afgewezen, met de mogelijkheid voor verzoeker om bij verbeterde omstandigheden een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende controle over verslaving en gebrek aan goede trouw.