ECLI:NL:RBROT:2014:7898
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boetes AFM wegens overtreding Wft
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van een ondernemer tegen twee bestuurlijke boetes van elk €5.000,- opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
De AFM heeft haar besluit met argumenten en stukken onderbouwd en deze stukken op 1 augustus 2014 aan de gemachtigde van verzoeker toegezonden. Verzoeker heeft geen inhoudelijke motivering gegeven bij zijn bezwaar of het verzoek om voorlopige voorziening, maar een beroep gedaan op bewijsnood omdat hij niet over zijn administratie kon beschikken. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit beroep faalt omdat verzoeker geen concrete stappen heeft ondernomen om zijn administratie terug te krijgen en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daardoor niet inhoudelijk kan reageren.
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat het niet relevant is of het oude of nieuwe artikel 1:97 Wft Pro wordt toegepast op de publicatie van het besluit. De publicatie levert geen strijd op met het doel van het toezicht en gezien de ernst van de overtreding is anonimisering van persoonsgegevens niet noodzakelijk. Het belang van het beleggend publiek bij kennisname van het handelen van verzoeker weegt zwaarder.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en stelt vast dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuurlijke boetes van de AFM wordt afgewezen.