ECLI:NL:RBROT:2014:7772
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor subsidie kinderopvang ondanks verblijf kinderen bij grootouders
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op sociaal-medische indicatie voor zijn twee kinderen. Het college had de subsidie geweigerd omdat de kinderen niet thuiswonend zijn, maar bij hun grootouders verblijven, en omdat er sprake zou zijn van een adequate voorliggende voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat volgens de Verordening kinderopvang Rotterdam 2012 aanspraak alleen mogelijk is voor thuiswonende kinderen. Echter, gezien de bijzondere omstandigheden zoals verwaarlozing, schuldenproblematiek, en het tijdelijk verblijf van de kinderen bij grootouders op verzoek van Bureau Jeugdzorg, is toepassing van de hardheidsclausule op zijn plaats. De opvang bij grootouders wordt niet als een adequate voorliggende voorziening beschouwd omdat er geen aanspraak op bestaat en de grootouders financieel niet in staat zijn de opvangkosten te dragen.
De voorzieningenrechter beveelt het college om met ingang van de uitspraak kinderopvangsubsidie toe te kennen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed en worden proceskosten aan verzoeker toegekend. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt het college kinderopvangsubsidie toe te kennen met toepassing van de hardheidsclausule ondanks het verblijf van de kinderen bij grootouders.