Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.De vordering
4.De beoordeling van het geschil
€ 904 +(tarief II à € 452)
Rechtbank Rotterdam
De curator in het faillissement van Libertas Scheepsholding B.V. vordert de herroeping van een verstekvonnis van de rechtbank Dordrecht uit 2011, waarin Vlot c.s. een retentierecht werd toegekend en betaling werd opgelegd. De curator baseert haar vordering op een verklaring van de bestuurder van Libertas, waarin wordt gesteld dat Vlot c.s. bedrog pleegde door onjuiste facturen te presenteren en een niet-rechtsgeldig retentierecht te creëren.
De rechtbank stelt vast dat het verstekvonnis in kracht van gewijsde is gegaan omdat Libertas geen verzet heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. De herroepingstermijn van drie maanden vangt aan vanaf het moment dat de partij bekend is met de herroepingsgrond. Omdat Libertas en haar bestuurder al vanaf het vonnisdatum op de hoogte waren van de feiten, begon de termijn direct na het onherroepelijk worden van het vonnis in maart 2011 te lopen.
De curator heeft pas in mei 2013 een procedure gestart, ruim na het verstrijken van de herroepingstermijn. De rechtbank oordeelt dat de curator daarom niet-ontvankelijk is in haar vordering. Argumenten over onwenselijke praktijken of faillissement rechtvaardigen geen termijnoverschrijding bij een termijn van openbare orde. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De curator wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot herroeping van het verstekvonnis wegens overschrijding van de herroepingstermijn.