ECLI:NL:RBROT:2014:5668

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
10 juli 2014
Zaaknummer
C/10/452899 / KG ZA 14-548
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BWArt. 3:15 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op omgang met meerderjarig onder curatele gesteld kind bij gedragsproblemen

De moeder vordert dat de curator haar dochter, die onder curatele staat en een verstandelijke handicap heeft, om de twee weken een dag bij haar mag laten verblijven. De dochter is meerderjarig en woont in een instelling vanwege ernstige gedragsproblematiek. De curator weigert de omgang op grond van het welzijn van de dochter.

De rechtbank overweegt dat het recht op omgang met meerderjarige onder curatele gestelde kinderen niet wettelijk is geregeld. Toestemming kan alleen worden gegeven als de curator misbruik maakt van zijn bevoegdheid, wat onrechtmatig zou zijn jegens de ouder. De belangen van de dochter, behartigd door de curator, worden afgewogen tegen het belang van de moeder.

De curator stelt dat het contact met de moeder leidt tot opstandig gedrag en onrust bij de dochter, wat haar welzijn schaadt. De rechtbank oordeelt dat de curator niet onrechtmatig handelt door de omgang te weigeren en dat de moeder haar bezwaren tegen het functioneren van de curator via een andere procedure moet aanvechten.

De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering tot omgang met de meerderjarige onder curatele gestelde dochter wordt afgewezen wegens ontbreken van misbruik van bevoegdheid door de curator.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie 1
zaaknummer / rolnummer: C/10/452899 / KG ZA 14-548
Vonnis in kort geding van 11 juli 2014
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1], gemeente [gemeente],
eiseres,
advocaat mr. A.C. Mens te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
tegen
[gedaagde],
wonende te [adres]
gedaagde,
in persoon verschenen
Partijen zullen hierna de vrouw en de curator genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding d.d. 19 juni 2014, met producties;
  • de mondelinge behandeling op 27 juni 2014. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. Mens;
  • de curator.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De vrouw is de moeder van [X][Y], geboren op [geboortedatum] te [woonplaats 2] (hierna te noemen: [X]);
2.2.
[X] heeft een verstandelijke handicap en verblijft in het [verblijfplaats] te [plaats].
2.3.
[X] is bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Utrecht van
9 oktober 2012 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis met benoeming van de heer [gedaagde] tot curator.
3. Het geschil
3.1.
De vrouw vordert samengevat - te bevelen dat de curator ervoor zorgdraagt dat [X] een dag per twee weken in het weekend bij de vrouw mag verblijven van 10:00 uur tot 20:00 uur, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de curator in de kosten van de procedure.
3.2.
De curator voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering is gegeven nu er al vanaf februari 2014 geen omgang heeft plaatsgevonden tussen haar en [X].
4.2.
Het door de vrouw gevorderde recht op omgang met [X], die meerderjarig is, is anders dan omgang tussen ouders en hun minderjarige kinderen, niet in de wet geregeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van de vrouw desondanks zou kunnen worden toegewezen indien vast komt te staan dat de curator misbruik maakt van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 juncto Pro 3:15 BW, in welk geval hij voorts onrechtmatig jegens de vrouw zou handelen. In dit kader dienen de belangen van de curator (en daarmee dus in wezen de belangen van [X], welke belangen door de curator worden behartigd) te worden afgewogen tegen de belangen van de vrouw.
4.3.
Het belang van de vrouw is erin gelegen dat zij contact met haar inmiddels
21-jarige dochter wil, die tot haar 16e jaar bij haar thuis heeft gewoond.
Het belang van de curator is dat hij in zijn hoedanigheid de belangen van [X] dient te behartigen.
4.4.
De curator heeft aangevoerd dat hij heeft geconstateerd dat de bezoeken van de vrouw aan en de telefoongesprekken met [X] met grote regelmaat leiden tot opstandig gedag van [X], hetgeen bedreigend is voor het welzijn van [X] bij wie sprake is van ernstige gedragsproblematiek. Dit heeft er volgens de curator toe geleid dat de bezoekregeling en de verdere contacten van de vrouw aan [X] tot nadere datum zijn opgeschort.
Vaststaat dat de verhouding tussen de vrouw en de curator ernstig is verstoord. De vrouw en de curator verschillen van inzicht over de ernst van de problematiek van [X] en over de vraag of [X] in het [verblijfplaats] op haar plaats zit. Zolang de vrouw niet accepteert dat de curator in zijn hoedanigheid het voor het zeggen heeft over met name de huisvesting en begeleiding van [X], brengt het bezoek van de vrouw aan [X] onrust met zich, hetgeen gelet op de gedragsproblematiek van [X] niet in haar belang is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zien de bezwaren van de vrouw meer op het functioneren van de curator. Het aan de orde stellen van het functioneren van de curator leent zich echter niet voor behandeling in kort geding. Daarvoor bestaat een in de wet afzonderlijk voorgeschreven procedure.
4.5.
Gelet op het vorenstaande is geen sprake van een situatie waarin de curator misbruik maakt van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 juncto Pro 3:15 BW, zodat hij niet onrechtmatig handelt door de vrouw op dit moment geen contacten toe te staan met [X]. De vordering van de vrouw wordt dan ook afgewezen.
4.6.
Gelet op de bijzondere relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vordering af,
5.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.