Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
of omstreeks3 augustus 2013 te Spijkenisse
althans opzettelijk,een persoon
althans opzettelijk,
althans eenmaal,met een vuurwapen op die [slachtoffer] geschoten,
één ofmeerdere plaatsen in het lichaam is geraakt,
op één of meerdere tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van
althans in Nederland,
/ofdaarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad.
over datzelfde moment. [5] De raadsman heeft de verklaring van de [getuige 2] aangehaald ter onderbouwing van de stelling dat er eerst een woordenwisseling tussen verdachte en het slachtoffer heeft plaatsgevonden en dat de verdachte pas daarna heeft geschoten. De rechtbank acht dit echter niet aannemelijk, omdat een dergelijke toedracht niet strookt met de verklaring van de [getuige 1], in samenhang met de bewegende camerabeelden. In het bijzonder de korte tijdspanne (van achttien seconden) tussen het uitstappen van de verdachte en het terugkeren bij zijn auto is daarbij van belang.
1.
MOORD
2.
HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren;
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van
€ 4.873,15ter vergoeding van materiële schade, en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;
[benadeelde partij 2],
[benadeelde partij 3]en
[benadeelde partij 4]niet‑ontvankelijk in de vorderingen;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen
€ 4.873,15vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 4.873,15 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
58 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.