ECLI:NL:RBROT:2014:3685
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van ‘t Laar
- J.F. Frankruijter
- J.M.M. Bancken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking APK-erkenning met uitstel wegens lopende sancties
Eiseres vroeg de intrekking van haar APK-erkenning per direct, nadat zij haar garagebedrijf inclusief keuringsstation had verkocht aan eiser. Verweerder besloot de erkenning pas per 27 maart 2016 in te trekken, omdat er nog een sanctie op de erkenning rustte die tot die datum liep. Eisers stelden dat dit onredelijk was en dat het ongeschreven beleid van verweerder om intrekkingen uit te stellen niet bestond.
De rechtbank oordeelde dat eiser tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk is omdat hij geen bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit. Ten aanzien van eiseres stelde de rechtbank vast dat verweerder een vaste gedragslijn hanteert om intrekkingen pas te honoreren nadat alle sancties zijn geëffectueerd, om misbruik van regelgeving te voorkomen. Deze gedragslijn was niet gepubliceerd, maar verweerder had deze voldoende gemotiveerd en aangetoond.
De rechtbank vond dat artikel 87, eerste lid, WVW niet voorschrijft dat intrekking per direct moet plaatsvinden en dat het uitstel niet onredelijk is. Ook was geen schending van het gelijkheidsbeginsel aangetoond. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk en het beroep van eiseres ongegrond verklaard; de intrekking van de APK-erkenning met uitstel is rechtmatig.