Uitspraak
[verdachte],
Procedure
- [getuige 1];
- [getuige 2];
- [getuige 3].
Rechtbank Rotterdam
In deze strafzaak wordt de verdachte verdacht van verduistering en witwassen in de periode van 2008 tot 2012, waarbij zij als persoonlijk begeleidster van een verstandelijk beperkte getuige wordt vervolgd. De verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de rechter-commissaris om geen onafhankelijke deskundige te benoemen en de getuige niet te horen.
De rechtbank heeft onderzocht of de rechter-commissaris in redelijkheid tot deze beslissing heeft kunnen komen. De gedragsdeskundige die de getuige kent, heeft verklaard dat de getuige een verstandelijke beperking en autisme heeft, functionerend op het niveau van een kind van 5 à 6 jaar, en waarschijnlijk niet in staat is om zinvol vragen te beantwoorden.
Gezien de specifieke en gedetailleerde verklaringen van de verdachte en de beperkingen van de getuige acht de rechtbank het getuigenverhoor niet zinvol. Ook het mee laten lopen van een deskundige tijdens een studiosetting kan de twijfel niet wegnemen. De rechtbank concludeert dat de beslissing van de rechter-commissaris standhoudt en verklaart het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de weigering tot benoeming van een deskundige en het horen van de getuige wordt ongegrond verklaard.