ECLI:NL:RBROT:2014:3506
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens gebrek aan goede trouw bij onbetaalde alimentatieschuld
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €132.049,79, waarvan een aanzienlijk deel alimentatieschulden betreft. De rechtbank beoordeelde of verzoeker in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker sinds 2002 verplicht was alimentatie te betalen aan zijn ex-partner, maar deze verplichting niet is nagekomen. Uit eerdere procedures bleek dat verzoeker onvoldoende inzicht gaf in het ontstaan en de toename van zijn schulden en dat hem dit niet kan worden verweten. In deze procedure werd niet aannemelijk dat de alimentatieschuld te goeder trouw onbetaald is gelaten, mede omdat verzoeker prioriteiten stelde bij uitgaven aan nieuwe partners in plaats van aan alimentatie.
Hoewel verzoeker sinds 2010 een inkomstendaling kende en in 2012 hulp zocht bij het oplossen van zijn schulden, weegt dit niet op tegen de verwijtbaarheid van het niet betalen van alimentatie. De rechtbank merkt op dat bij voortzetting van positief gedrag een nieuw verzoek vanaf augustus 2015 kansrijk kan zijn. Het verzoek tot schuldsanering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het onbetaald laten van alimentatieschulden.