Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling de dato 6 maart 2014.
2.De feiten
gebiedt [eiser] de toegang vanuit het perceel [gedaagden] tot het begin van het voetpad te verleggen naar circa 5 meter achter de achtergevel van zijn woning, met dien verstande dat [gedaagden] niet direct langs de gevel van [eiser] zal lopen om naar de openbare weg te gaan, maar dat via de achterkant van de tuin van [eiser] dient te doen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] binnen één maand na betekening van dit vonnis een bodemprocedure instelt, bij gebreke waarvan deze voorziening vervalt;