Eiseres ontving sinds 2001 een bijstandsuitkering. Na anonieme meldingen startte verweerder een onderzoek naar een vermeende gezamenlijke huishouding tussen eiseres en belanghebbende, leidend tot herziening en terugvordering van bijstand vanaf 29 november 2005.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat belanghebbende zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres van 29 november 2005 tot 2 november 2009. Vanaf 2 november 2009 is dit wel aannemelijk, mede door huisbezoeken, waarnemingen en financiële verstrengeling. Eiseres heeft de inlichtingenplicht geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding en andere feiten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor de periode tot 2 november 2009 wegens gebrek aan deugdelijke motivering. Voor de periode daarna blijft het besluit in stand. De rechtbank wijst verweerder erop het strafrechtelijke dossier te gebruiken om de motivering te verbeteren. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.