ECLI:NL:RBROT:2014:207

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 januari 2014
Publicatiedatum
14 januari 2014
Zaaknummer
C/10/392225 / HA ZA 11-2176
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 RvArt. 223 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot openstelling hoger beroep tegen tussenvonnis met bindende eindbeslissingen en deskundigenonderzoek

In deze civiele zaak tussen een besloten vennootschap en twee gedaagden heeft de rechtbank Rotterdam op 8 januari 2014 een verzoek tot openstelling van hoger beroep tegen een tussenvonnis behandeld. Het tussenvonnis bevatte bindende eindbeslissingen over een vordering in conventie en beval deskundigenonderzoek in reconventie.

De gedaagden verzochten om hoger beroep toe te staan tegen het tussenvonnis, omdat een kort gedingvonnis gebaseerd op dat tussenvonnis hen verplichtte tot betaling aan eiseres, en zij wilden in hoger beroep tegen beide uitspraken opkomen. Eiseres verzette zich tegen het verzoek, stellende dat het onwenselijk was om in conventie hoger beroep toe te staan terwijl in reconventie de procedure voortduurde.

De rechtbank overwoog dat de hoofdregel in artikel 337 lid 2 Rv Pro terughoudendheid vereist bij het toestaan van tussentijds hoger beroep, maar dat bijzondere omstandigheden dit kunnen rechtvaardigen. Hier speelde mee dat het tussenvonnis bindende eindbeslissingen bevatte en dat de financiële situatie van de gedaagden problematisch was. Ook was de samenhang tussen de beoordeling in conventie en reconventie gering, waardoor het risico op uiteenlopende uitspraken beperkt bleef.

De rechtbank besloot het verzoek van gedaagden toe te wijzen en stelde open dat hoger beroep kan worden ingesteld tegen het tussenvonnis, terwijl in reconventie de beslissing werd aangehouden. Hiermee werd het belang van gedaagden om tijdig hoger beroep te kunnen instellen erkend.

Uitkomst: Hoger beroep tegen het tussenvonnis wordt toegelaten, terwijl in reconventie de beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/392225 / HA ZA 11-2176
Vonnis van 8 januari 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te Schiedam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. E.M. Richel,
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. W.Th. van Dijk.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 25 september 2013
  • de faxbrief van [eiseres] van 28 oktober 2013
  • de akte na tussenvonnis in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv Pro. van de zijde van [eiseres] van 6 november 2013
  • de brief van [gedaagden] van 3 december 2013
  • de conclusie na tussenvonnis in de hoofdzaak van de zijde van [gedaagden] van 4 december 2013
  • de faxbrief van [eiseres] van 4 december 2013
  • de faxbrief van [eiseres] van 5 december 2013
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.
Bij bovengenoemd tussenvonnis is de zaak in conventie verwezen naar de rol van 6 november 2013 voor het nemen van een conclusie door [eiseres] en [gedaagden] teneinde (kort en zakelijk weergegeven) partijen zich te laten uitlaten omtrent een onderzoek door een deskundige.
2.2.
In de brief van 3 december 2013 heeft [gedaagden] de rechtbank verzocht hoger beroep tegen het in conventie gewezen tussenvonnis open te stellen. Dit verzoek is gebaseerd op de gedachte dat [eiseres] zich op grond van een inmiddels gewezen kort gedingvonnis op het vermogen van [gedaagden] kan verhalen, en dat dit kort gedingvonnis is gebaseerd op de overwegingen in het tussenvonnis in conventie.
2.3.
[eiseres] heeft zich verzet tegen het verzoek van [gedaagden]. Zij acht het onwenselijk dat in conventie in hoger beroep verder zou worden geprocedeerd, terwijl in reconventie bij de rechtbank verder wordt geprocedeerd.
2.4.
Bij de beoordeling van het verzoek van [gedaagden] moet worden voorop gesteld dat dit verzoek ertoe strekt een uitzondering te maken op de in artikel 337 lid 2 Rv Pro neergelegde regel dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts is toegestaan tegelijk met dat tegen het eindvonnis. Bij het toestaan van die uitzondering dient de rechter terughoudendheid te betrachten, zo volgt uit de wetsgeschiedenis. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven een uitzondering op de hoofdregel te maken. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan de zich hier niet voordoende omstandigheid dat beide partijen tussentijds hoger beroep bepleiten.
2.5.
Vastgesteld moet worden dat in het tussenvonnis in conventie bindende eindbeslissingen zijn opgenomen waar uit voortvloeit dat de vordering van [eiseres] tot een bedrag van € 276.332,99 voor toewijzing gereed ligt. Op grond van deze vaststelling is de voorzieningenrechter in zijn vonnis van 23 oktober 2013 uiteindelijk tot veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 222.150,07 aan [eiseres] gekomen. De rechtbank volgt [gedaagden] in zijn veronderstelling dat ook bij de beoordeling van de vordering van [eiseres] in hoger beroep tegen dit vonnis in kort geding deze bindende eindbeslissingen een belangrijke rol zullen spelen.
Waar het [gedaagden] kennelijk om te doen is, is door het instellen van hoger beroep tegen het in conventie gewezen vonnis, deze bindende eindbeslissingen in zijn voordeel gewijzigd te krijgen, en vervolgens in hoger beroep tegen het vonnis in kort geding datzelfde resultaat tegen de betalingsverplichting te bereiken. Het voordeel dat [gedaagden] hiermee kan behalen is het tijdverloop dat gemoeid is met het uitprocederen van het geschil in reconventie. Gezien de problematische financiële situatie waarin [gedaagden] blijkens onder meer het vonnis in kort geding (overweging 4.2) verkeert is dit in het onderhavige geval een rechtens te respecteren belang. Daar komt bij dat naar verwachting het wijzen van eindvonnis nog wel enige tijd op zich zal laten wachten gezien de veelheid van in reconventie nog aan de orde zijde punten en nu benoeming van een deskundige nog niet heeft plaatsgevonden. Aan de andere kant staat de beoordeling die in reconventie dient plaats te vinden in grote mate los van de vragen die in conventie aan de orde zijn, zodat het risico van uiteenlopende beoordelingen van dezelfde geschilpunten door het verbreken van het verband tussen conventie en reconventie beperkt is. Dat [gedaagden] ten verwere tegen de vordering in conventie een beroep op verrekening hebben gedaan, doet aan het voorgaande niet af.
in conventie
2.6.
Het verzoek zal worden toegewezen.
in reconventie
2.7.
Iedere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie
3.1.
bepaalt dat, voordat het eindvonnis is gewezen, hoger beroep kan worden ingesteld tegen het tussenvonnis van 25 september 2013,
in reconventie
3.2.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. van den Hurk en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2014.
[427/1974]