ECLI:NL:RBROT:2014:1755
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep werkgever tegen toekenning WW-uitkering op voorschotbasis door UWV
De werkgever heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om aan een ex-werknemer een WW-uitkering op voorschotbasis toe te kennen. De werkgever had de werknemer ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, namelijk seksuele intimidatie, maar het UWV oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat sprake was van grensoverschrijdend gedrag en dat er geen dringende reden voor ontslag was.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het ontslagbesluit van de werkgever vernietigd wegens gebrek aan voldoende bewijs voor plichtsverzuim en andere ontslaggronden. Dit leidde tot het oordeel dat het ontslag geen dringende reden vormde in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
Gelet hierop kon het UWV naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid besluiten om de WW-uitkering op voorschotbasis toe te kennen. Het beroep van de werkgever is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de toekenning van de WW-uitkering op voorschotbasis is ongegrond verklaard.