De zaak betreft een beroep van een gemeente tegen het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de vaststelling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor 2011.
De gemeente had tijdig een fout in de aangeleverde belastingcapaciteitsgegevens geconstateerd en gecorrigeerd gemeld aan de minister, maar deze heeft de nieuwe cijfers niet betrokken bij het besluit. De rechtbank oordeelt dat er wel ruimte is voor ambtshalve correctie en dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door de juiste gegevens niet mee te wegen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan de gemeente vergoed.