ECLI:NL:RBROT:2014:10411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht toeslag Wet inkomen naar arbeidsvermogen
Eiser ontving een toeslag op zijn WAO-uitkering die met ingang van 1 december 2005 werd beëindigd omdat zijn partner inkomsten uit werk had genoten die niet waren gemeld aan het UWV. Verweerder legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de onverschuldigd ontvangen toeslag terug. Eiser voerde aan dat hij niet verwijtbaar was vanwege zijn medische situatie en dat er dringende redenen waren om terugvordering en boete te matigen.
De rechtbank stelde vast dat de partner daadwerkelijk inkomsten had genoten in de betreffende periode en dat deze niet waren doorgegeven. De medische informatie die eiser overlegde gaf geen inzicht in een zodanige psychiatrische aandoening die hem belette de inkomsten te melden. De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden en dat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid of dringende redenen om af te zien van terugvordering of boete.
De boete werd vastgesteld op het maximale bedrag van €2.269, passend bij het benadelingsbedrag van €30.615,73. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de boete en terugvordering worden bevestigd.