Op 19 augustus 2011 vond een ernstig verkeersongeval plaats waarbij beide ouders van twee minderjarige kinderen om het leven kwamen. De kinderen werden opgenomen in het gezin van hun tante en haar echtgenoot, die als voogden optreden. De voogdes verzocht de rechtbank om vast te stellen dat voor de berekening van het gederfd levensonderhoud van de kinderen als uitgangspunt moet gelden dat zij in het ouderlijk huis zouden zijn blijven wonen.
Reaal Schadeverzekeringen erkende de aansprakelijkheid maar voerde verweer tegen deze fictieve uitgangssituatie, stellende dat de situatie van opname bij de voogden niet volledig genegeerd kan worden. De rechtbank oordeelde dat het redelijk is aan te nemen dat de kinderen tot hun financiële zelfstandigheid in het ouderlijk huis zouden zijn gebleven en dat de voogden met hun gezin daar zouden zijn ingetrokken.
De rechtbank benadrukte dat de schadevergoeding zowel het verlies van financieel onderhoud als het verlies van verzorging en opvoeding omvat. Voor het laatste werd geoordeeld dat de extra huishoudelijke lasten die de voogden dragen redelijkerwijs gecompenseerd kunnen worden door de kosten van professionele hulp. De rechtbank wees het verzoek om een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad af en verklaarde de voogdes niet-ontvankelijk in haar verzoek om hoger beroep te openen.