ECLI:NL:RBROT:2013:CA3395
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over ontbinding en schadevergoeding bij onroerendgoedovereenkomst na Belgisch faillissement
In deze civiele procedure staat een overeenkomst tussen Mocover Beheer B.V. en de Belgische vennootschap Clemar N.V. centraal, betreffende de koop van gronden in Hellevoetsluis. De overeenkomst is gesloten in 2008 en betreft de overdracht van rechten uit voorovereenkomsten.
Clemar stelde de overeenkomst buitengerechtelijk te hebben ontbonden per 6 december 2010, terwijl Mocover dit betwist en zelf ontbinding verklaarde per 21 december 2010. Tijdens de procedure werd Clemar in België failliet verklaard, waarna de curator niet wenste deel te nemen aan de procedure. De rechtbank beoordeelde de gevolgen van het faillissement op de lopende rechtsvorderingen en het toepasselijke recht, waarbij Nederlands recht geldt voor de overeenkomst en Belgisch recht voor insolventieaspecten.
De rechtbank oordeelde dat Clemar onvoldoende heeft onderbouwd dat Mocover in verzuim was, zodat de ontbinding door Clemar niet rechtsgeldig was. De ontbinding door Mocover werd ook niet gegrond verklaard. Wel werd de overeenkomst op 8 mei 2012 ontbonden krachtens artikel 46 § 1 van de Belgische Faillissementswet, omdat de curator niet binnen de gestelde termijn had beslist over voortzetting van de overeenkomst.
Vorderingen van Mocover tot ongedaanmaking en schadevergoeding tegen Clemar en andere gedaagden werden afgewezen wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing, met name ten aanzien van de stellingen van bedrog en onrechtmatige daad. Proceskosten werden grotendeels toegewezen aan de in het ongelijk gestelde partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Mocover grotendeels af en verklaart de overeenkomst ontbonden per 8 mei 2012 krachtens Belgische Faillissementswet.